Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Meerpartijenovereenkomst. Geldlening ten behoeve van realisering vakantieresorts in het…
Hoge Raad, 12 februari 2021
ECLI:NL:HR:2021:225 · Hoge Raad · 12 februari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-225
Zaakgegevens
Op 12 februari 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 februari 2021
- Datum publicatie
- 11 februari 2021
- Zaaknummer
- 19/04034
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- F.E. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:225
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Meerpartijenovereenkomst. Geldlening ten behoeve van realisering vakantieresorts in het buitenland. Tekortkoming van bepaalde contractspartij uit hoofde van letter of intent? Op welke contractspartij rust ongedaanmakingsverbintenis? Schadebegroting.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 28 mei 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:4605Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 oktober 2020
ECLI:NL:PHR:2020:919Hoge Raad · 12 februari 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:225
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gedeeltelijk contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/04034
Datum 12 februari 2021
ARREST
In de zaak van
1. [de maatschap],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
4. [eiser 4],
wonende te [woonplaats],
5. [eiser 5],
wonende te [woonplaats],
6. [eiser 6],
wonende te [woonplaats],
7. [eiser 7],
wonende te [woonplaats],
8. [eiser 8],
wonende te [woonplaats],
9. [eiser 9],
wonende te [woonplaats],
10. [eiser 10],
wonende te [woonplaats],
11. [eiser 11],
wonende te [woonplaats],
12. [eiser 12],
wonende te [woonplaats],
13. [eiser 13],
wonende te [woonplaats],
14. [eiser 14],
wonende te [woonplaats],
15. [eiser 15],
wonende te [woonplaats],
16. [eiser 16],
wonende te [woonplaats],
17. [eiser 17],
wonende te [woonplaats],
18. [eiser 18],
wonende te [woonplaats],
19. [eiser 19],
wonende te [woonplaats],
20. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser 20] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
21. [eiser 21],
wonende te [woonplaats],
22. [eiser 22],
wondende te [woonplaats],
23. [eiser 23],
wonende te [woonplaats],
24. [eiser 24],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: de Maatschap c.s.,
advocaten: B. Winters en G.J. Harryvan,
tegen
1. SEVILLA BEHEER B.V.,
gevestigd te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep,
hierna: Sevilla,
advocaat: F.E. Vermeulen,
2. [verweerster 2],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,
3. JEWEL INVESTMENTS HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweersters 2 en 3],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/05/266365/HZ ZA 14-257 van de rechtbank Gelderland van 15 oktober 2014, 21 oktober 2015 en 6 april 2016;
-
de arresten in de zaak 200.189.310 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 december 2016 en 28 mei 2019.
De Maatschap c.s. hebben tegen het arrest van het hof van 28 mei 2019 beroep in cassatie ingesteld.
Sevilla heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.
[verweersters 2 en 3] hebben geen verweerschrift ingediend.
De Maatschap c.s. en Sevilla hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor de Maatschap c.s. en Sevilla toegelicht door hun advocaten, voor Sevilla mede door G.P. Oosterhoff.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van het principale beroep tegen [verweersters 2 en 3], tot verwerping van het principale beroep tegen Sevilla, en tot verwerping van het incidentele beroep.
De advocaten van de Maatschap c.s. en van Sevilla hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt de Maatschap c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Sevilla begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Maatschap c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan, en tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters 2 en 3] begroot op nihil;
in het incidentele beroep:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt Sevilla in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Maatschap c.s. begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Sevilla deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 12 februari 2021.