Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Voortzetting crisismaatregel. Is naar actuele gezondheidstoestand van betrokkene…

Hoge Raad, 12 maart 2021

Zaakgegevens

Op 12 maart 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 maart 2021
Datum publicatie
11 maart 2021
Zaaknummer
20/03160
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
C. Reijntjes-Wendenburg
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:375
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Voortzetting crisismaatregel. Is naar actuele gezondheidstoestand van betrokkene sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel als gevolg van psychische stoornis?

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 8 januari 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:20
  2. Hoge Raad · 12 maart 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:375

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/03160

Datum 12 maart 2021

BESCHIKKING

In de zaak van

[betrokkene],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: betrokkene,

advocaat: C. Reijntjes-Wendenburg,

tegen

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT OOST-NEDERLAND,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de officier van justitie,

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/05/375024 FZ RK 20-2175 van de rechtbank Gelderland van 18 augustus 2020.

Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.

Het verzoekschrift is aan deze beschikking gehecht.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 12 maart 2021.