Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Elektriciteitswet 1998. Verplichting netbeheerder o.g.v. art. 23 lid 3, onder a…
Hoge Raad, 26 maart 2021
ECLI:NL:HR:2021:444 · Hoge Raad · 26 maart 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-444
Zaakgegevens
Op 26 maart 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 maart 2021
- Datum publicatie
- 25 maart 2021
- Zaaknummer
- 20/00262
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- B.T.M. van der Wiel
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:444
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Elektriciteitswet 1998. Verplichting netbeheerder o.g.v. art. 23 lid 3, onder a, Elektriciteitswet 1998 een verzwaarde aansluiting te realiseren binnen 18 weken na aanvraag. Onmogelijkheid na te komen zonder schending van het discriminatieverbod van art. 23 lid 2 Elektriciteitswet 1998?
Procesgang
Rechtbank Gelderland · 25 juli 2018
ECLI:NL:RBGEL:2018:3667Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 3 december 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:10344Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 oktober 2020
ECLI:NL:PHR:2020:987Hoge Raad · 26 maart 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:444
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/00262
Datum 26 maart 2021
ARREST
In de zaak van
LIANDER N.V.,
gevestigd te Arnhem,
EISERES tot cassatie,
hierna: Liander,
advocaat: B.T.M. van der Wiel,
tegen
NEDCOOL B.V.,
gevestigd te Kerkdriel,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Nedcool,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak C/05/338790 /KG ZA 18-238 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland van 25 juni 2018;
-
de arresten in de zaak 200.248.601 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 november 2018 en 3 december 2019.
Liander heeft tegen het arrest van het hof van 3 december 2019 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Nedcool is verstek verleend.
De zaak is voor Liander toegelicht door haar advocaat en mede door T. van Tatenhove en J.H.G. Hordijk.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Liander heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt Liander in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Nedcool begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 26 maart 2021.