Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Overheidsprivaatrecht. Besluitaansprakelijkheid. C.s.q.n.-verband tussen besluit en de…
Hoge Raad, 9 april 2021
ECLI:NL:HR:2021:533 · Hoge Raad · 9 april 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-533
Zaakgegevens
Op 9 april 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 april 2021
- Datum publicatie
- 8 april 2021
- Zaaknummer
- 20/01001
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- R.D. Boesveld.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:533
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Overheidsprivaatrecht. Besluitaansprakelijkheid. C.s.q.n.-verband tussen besluit en de gestelde schade?
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 15 november 2017
ECLI:NL:RBZWB:2017:7467Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 december 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:4544Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 januari 2021
ECLI:NL:PHR:2021:58Hoge Raad · 9 april 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:533
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01001
Datum 9 april 2021
ARREST
In de zaak van
NEDERLANDSE HANDELSUNIE B.V.,
gevestigd te Tilburg,
EISERES tot cassatie,
hierna: NHU,
advocaten: R.T. Wiegerink en N. van Triet,
tegen
GEMEENTE TILBURG,
zetelende te Tilburg,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: R.D. Boesveld.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/02/326131/HA ZA 17-62 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 22 maart 2017 en 15 november 2017;
-
het arrest in de zaak 200.233.838/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 december 2019.
NHU heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van NHU hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt NHU in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 9 april 2021.