Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Zorgplicht bank. Vordering tegen bank i.v.m. renteswap…

Hoge Raad, 23 april 2021

Zaakgegevens

Op 23 april 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 april 2021
Datum publicatie
22 april 2021
Zaaknummer
20/00767
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
M.A.M Wagemakers, J. de Bie Leuveling Tjeenk
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:642
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Zorgplicht bank. Vordering tegen bank i.v.m. renteswap. Advisering? Schending zorgplicht?

Procesgang

  1. Rechtbank Amsterdam · 31 januari 2018

    ECLI:NL:RBAMS:2018:303
  2. Gerechtshof Amsterdam · 3 december 2019

    ECLI:NL:GHAMS:2019:4308
  3. Conclusie A-G · 19 februari 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:161
  4. Hoge Raad · 23 april 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:642

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/00767

Datum 23 april 2021

ARREST

In de zaak van

[eiseres] HOLDING B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaat: M.A.M. Wagemakers,

tegen

ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: ING,

advocaat: J. de Bie Leuveling Tjeenk.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/13/612299/ HA ZA 16-729 van de rechtbank Amsterdam van 31 januari 2018;

  2. het arrest in de zaak 200.239.094/01 van het gerechtshof Amsterdam van 3 december 2019.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

ING heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eiseres] mede door R.A.F. Harmsen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING begroot op € 2.830,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 23 april 2021.