Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Schadestaatprocedure na niet-nakomen voorkeursrecht. Art. 6:98 BW.

Hoge Raad, 28 mei 2021

Zaakgegevens

Op 28 mei 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 mei 2021
Datum publicatie
27 mei 2021
Zaaknummer
19/05236
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
aanvankelijk P.S. Kamminga en thans A.H.M. van den Steenhoven
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:779
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Schadestaatprocedure na niet-nakomen voorkeursrecht. Art. 6:98 BW.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 20 augustus 2019

    ECLI:NL:GHAMS:2019:3064
  2. Conclusie A-G · 18 december 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:1203
  3. Hoge Raad · 28 mei 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:779

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/05236

Datum 28 mei 2021

ARREST

In de zaak van

RAM PROPERTIES B.V.,
gevestigd te Almere,

EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,

hierna: Ram Properties,

advocaat: aanvankelijk P.S. Kamminga en thans A.H.M. van den Steenhoven,

tegen

[verweerder],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie, eiser in het incidentele cassatieberoep,

hierna: [verweerder],

advocaten: J. de Bie Leuveling Tjeenk en F.J.L. Kaptein.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak 3364980 CV EXPL 14-24856 van de kantonrechter te Amsterdam van 23 april 2015, 27 augustus 2015, 8 oktober 2015 en 29 september 2016;

  2. de arresten in de zaak 200.205.744/01 van het gerechtshof Amsterdam van 31 juli 2018 en 20 augustus 2019.

Ram Properties heeft tegen het arrest van het hof van 20 augustus 2019 beroep in cassatie ingesteld.

[verweerder] heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt Ram Properties in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.091.34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Ram Properties deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;

in het incidentele beroep:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ram Properties begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verweerder] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek als voorzitter, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 28 mei 2021.