Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Schadestaatprocedure. Verlies van een kans. Ontbreken van causaal verband tussen…
Hoge Raad, 28 mei 2021
ECLI:NL:HR:2021:780 · Hoge Raad · 28 mei 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-780
Zaakgegevens
Op 28 mei 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 mei 2021
- Datum publicatie
- 27 mei 2021
- Zaaknummer
- 19/05583
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.H.M van Swaaij, F.E. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:780
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Schadestaatprocedure. Verlies van een kans. Ontbreken van causaal verband tussen tekortkoming en schade door ontbrekende financiële middelen?
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 september 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:7446Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 december 2020
ECLI:NL:PHR:2020:1190Hoge Raad · 28 mei 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:780
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/05583
Datum 28 mei 2021
ARREST
In de zaak van
ARTOCARPUS N.V.,
gevestigd te Curaçao,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: Artocarpus,
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
KONINKLIJKE TEN CATE B.V.,
gevestigd te Nijverdal, gemeente Hellendoorn,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: KTC,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/08/119813/HA ZA 11-318 van de rechtbank Overijssel van 10 oktober 2012 en 18 november 2015;
-
de arresten in de zaak 200.190.255 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juni 2017, 26 juni 2018 en 10 september 2019.
Artocarpus heeft tegen de arresten van het hof van 26 juni 2018 en 10 september 2019 beroep in cassatie ingesteld.
KTC heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Artocarpus mede door J.M. Moorman en A.C. Tjepkema, en voor KTC mede door S.V. Gernat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
De advocaat van Artocarpus heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat de middelen in het principale beroep tot vernietiging van (een van) de arresten van het hof leiden, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het principale beroep;
-
veroordeelt Artocarpus in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van KTC begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 28 mei 2021.