Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Beslagrecht. Executoriaal beslag door Ontvanger. Beroep op gezag van gewijsde voor het…
Hoge Raad, 18 juni 2021
ECLI:NL:HR:2021:945 · Hoge Raad · 18 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-945
Zaakgegevens
Op 18 juni 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 juni 2021
- Datum publicatie
- 16 juni 2021
- Zaaknummer
- 20/01052
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- Y.E.J. Geradts
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:945
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Beslagrecht. Executoriaal beslag door Ontvanger. Beroep op gezag van gewijsde voor het eerst in cassatie.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 24 december 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:11205Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 april 2021
ECLI:NL:PHR:2021:369Hoge Raad · 18 juni 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:945
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01052
Datum 18 juni 2021
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: [eiser],
advocaat: Y.E.J. Geradts,
tegen
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST,
kantoorhoudende te Zwolle,
VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: de Ontvanger,
advocaten: J.W.H. van Wijk en J.W. de Jong.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/08/191283/ HA ZA 16-404 van de rechtbank Overijssel van 2 november 2016 en 15 maart 2017;
-
de arresten in de zaak 200.230.828/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 juni 2019 en 24 december 2019.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 24 december 2019 beroep in cassatie ingesteld.
De Ontvanger heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het principale beroep;
-
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 2.830,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 18 juni 2021.