Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Bescherming persoonsgegevens. Art. 6 AVG. Vordering filmdistributeur tot afgifte van naam…
Hoge Raad, 25 juni 2021
ECLI:NL:HR:2021:985 · Hoge Raad · 25 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-985
Zaakgegevens
Op 25 juni 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 juni 2021
- Datum publicatie
- 24 juni 2021
- Zaaknummer
- 20/00003
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- A.M. van Aerde
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:985
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Bescherming persoonsgegevens. Art. 6 AVG. Vordering filmdistributeur tot afgifte van naam- en adresgegevens van klanten van internetserviceprovider in verband met illegaal downloaden.
Procesgang
Rechtbank Midden-Nederland · 8 februari 2019
ECLI:NL:RBMNE:2019:423Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 5 november 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:9352Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 januari 2021
ECLI:NL:PHR:2021:83Hoge Raad · 25 juni 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:985
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/00003
Datum 25 juni 2021
ARREST
In de zaak van
DUTCH FILMWORKS B.V.,
gevestigd te Utrecht,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: DFW,
advocaat: A.M. van Aerde,
tegen
1. ZIGGO B.V.,
gevestigd te Utrecht,
2. ZIGGO SERVICES B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: Ziggo c.s.,
advocaten: S.M. Kingma en J.W. de Jong.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak C/16/470951 / KG ZA 18-741 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 8 februari 2019;
-
het arrest in de zaak 200.256.426 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 november 2019.
DFW heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Ziggo c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor DFW mede door N.M. Bilderbeek.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het principale beroep;
-
veroordeelt DFW in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ziggo c.s. begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien DFW deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter, de vicepresident M.V. Polak en de raadsheren M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 25 juni 2021.