Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Is handelaar bij wie onderdelen van gestolen auto's zijn aangetroffen…

Hoge Raad, 15 juli 2022

Zaakgegevens

Op 15 juli 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 juli 2022
Datum publicatie
14 juli 2022
Zaaknummer
21/02729
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
M.E. Bruning
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1104
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Is handelaar bij wie onderdelen van gestolen auto's zijn aangetroffen aansprakelijk voor schade die het gevolg is van diefstal van de auto's? Bijlage bij de borgersbrief toelaatbaar?

Procesgang

  1. Rechtbank Rotterdam · 18 juli 2018

    ECLI:NL:RBROT:2018:6342
  2. Gerechtshof Den Haag · 30 maart 2021

    ECLI:NL:GHDHA:2021:1043

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 18 maart 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:246
  4. Hoge Raad · 15 juli 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1104

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/02729

Datum 15 juli 2022

ARREST

In de zaak van

STICHTING VERZEKERINGSBUREAU VOERTUIGCRIMINALITEIT,
gevestigd te Apeldoorn,

EISERES tot cassatie,

hierna: VbV,

advocaat: M.E. Bruning,

tegen

[verweerder] handelend onder de naam CIKO CARS & PARTS,
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder],

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/10/481525 / HA ZA 15-798 van de rechtbank Rotterdam van 29 juni 2016, 20 september 2017 en 18 juli 2018;

  2. het arrest in de zaak 200.245.590/01 van het gerechtshof Den Haag van 30 maart 2021.

VbV heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen [verweerder] is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van VbV heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd en daarbij als bijlage een brief van het Verbond van Verzekeraars gevoegd. De eisen van een goede procesorde brengen mee dat bij de reactie op de conclusie van de Advocaat-Generaal, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, geen plaats is voor aanvulling van de stukken van het geding. De Hoge Raad zal daarom geen acht slaan op de inhoud van de bijlage.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt VbV in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 15 juli 2022.

Vgl. HR 13 juli 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3673, rov. 2.2 en HR 23 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AV1895, rov. 2 .