Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Vordering tot vernietiging van arbitraal vonnis. Art. 1065 Rv. Onafhankelijkheid arbiters.

Hoge Raad, 4 februari 2022

Zaakgegevens

Op 4 februari 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 februari 2022
Datum publicatie
3 februari 2022
Zaaknummer
20/02555
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
M.E Bruning, F.E. Vermeulen
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:113
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Vordering tot vernietiging van arbitraal vonnis. Art. 1065 Rv. Onafhankelijkheid arbiters.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 19 mei 2020

    ECLI:NL:GHAMS:2020:1278
  2. Conclusie A-G · 3 september 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:796
  3. Hoge Raad · 4 februari 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:113

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/02555

Datum 4 februari 2022

ARREST

In de zaak van

1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],

2. AMSTELBOATS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,

EISERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [eisers],

advocaat: M.E. Bruning,

tegen

1. GEMEENTE AMSTERDAM,
zetelende te Amsterdam,

2. STICHTING WATERNET,
gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: de Gemeente c.s.,

advocaat: F.E. Vermeulen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het arrest in de zaak 200.245.164/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 mei 2020.

[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De Gemeente c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor de Gemeente c.s. toegelicht door haar advocaat, en mede door P.E. Ernste.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente c.s. begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 4 februari 2022.