Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Beroepsaansprakelijkheid. Faillissement. Had accountant van nadien gefailleerde…
Hoge Raad, 4 februari 2022
ECLI:NL:HR:2022:116 · Hoge Raad · 4 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-116
Zaakgegevens
Op 4 februari 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 februari 2022
- Datum publicatie
- 3 februari 2022
- Zaaknummer
- 20/01901
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:116
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Beroepsaansprakelijkheid. Faillissement. Had accountant van nadien gefailleerde vennootschap in jaarrekening van de vennootschap een voorziening moeten opnemen i.v.m. vordering van derde?
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 24 maart 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:2492Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 augustus 2021
ECLI:NL:PHR:2021:738Hoge Raad · 4 februari 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:116
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01901
Datum 4 februari 2022
ARREST
In de zaak van
Dominicus Cornelis POIESZ, in zijn hoedanigheid van curator in het
faillissement van WELSEC SCHILDERS- EN CLASSIFICEERBEDRIJF B.V.,
kantoorhoudende te Sneek,
EISER tot cassatie,
hierna: de curator,
advocaten: A.E.H. van der Voort Maarschalk en A. Stortelder,
tegen
DELOITTE ACCOUNTANTS B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Deloitte,
advocaten: J. de Bie Leuveling Tjeenk en G.J. Harryvan.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/17/132632 / HA ZA 14-59 van de rechtbank Noord-Nederland van 16 juli 2014 en 19 juli 2017;
-
het arrest in de zaak 200.227.807/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 maart 2020.
De curator heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Deloitte heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de curator mede door S.H.J. Hogendoorn.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Deloitte begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de curator deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 4 februari 2022.