Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurders- en aandeelhoudersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling…

Hoge Raad, 4 februari 2022

Zaakgegevens

Op 4 februari 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 februari 2022
Datum publicatie
3 februari 2022
Zaaknummer
20/01905
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
B.I. Kraaipoel
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:117
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurders- en aandeelhoudersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling. Onrechtmatige dividenduitkeringen.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 24 maart 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:2491
  2. Conclusie A-G · 6 augustus 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:739
  3. Hoge Raad · 4 februari 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:117

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/01905

Datum 4 februari 2022

ARREST

In de zaak van

1. HARLINGEN HOLDINGS INDUSTRIES B.V.,
gevestigd te Sneek,

2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],

3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: HHI c.s.,

advocaat: B.I. Kraaipoel,

tegen

Dominicus Cornelis POIESZ, in zijn hoedanigheid van curator in het

faillissement van WELSEC SCHILDERS- EN CLASSIFICEERBEDRIJF B.V.,
kantoorhoudende te Sneek,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de curator,

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/17/132632 / HA ZA 14-59 van de rechtbank Noord-Nederland van 19 juli 2017;

  2. de arresten in de zaak 200.226.616/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 oktober 2019 en 24 maart 2020.

HHI c.s. hebben tegen het arrest van het hof van 24 maart 2020 beroep in cassatie ingesteld.

Tegen de curator is verstek verleend.

De zaak is voor HHI c.s. toegelicht door hun advocaat en mede door G.M. van de Vuurst.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt HHI c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 4 februari 2022.