Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Pensioenrecht. Opzeggen uitvoeringsovereenkomst met ondernemingspensioenfonds; nalaten…

Hoge Raad, 16 september 2022

Zaakgegevens

Op 16 september 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 september 2022
Datum publicatie
16 september 2022
Zaaknummer
21/02024
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1234
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Pensioenrecht. Opzeggen uitvoeringsovereenkomst met ondernemingspensioenfonds; nalaten aanbieden schadevergoeding; onrechtmatige daad; leemte; redelijkheid en billijkheid; toepassing maatstaf Alcatel-arrest (ECLI:NL:HR:2016:1134); eigen schuld.

Procesgang

  1. Rechtbank Rotterdam · 3 mei 2019

    ECLI:NL:RBROT:2019:3875
  2. Gerechtshof Den Haag · 9 februari 2021

    ECLI:NL:GHDHA:2021:136

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 18 maart 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:259
  4. Hoge Raad · 16 september 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1234

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/02024

Datum 16 september 2022

ARREST

In de zaak van

1. KONINKLIJKE FRIESLANDCAMPINA N.V.,
gevestigd te Amersfoort,

2. FRIESLANDCAMPINA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amersfoort,

3. FRIESLANDCAMPINA KIEVIT B.V,
gevestigd te Meppel,

4. ZUIVELCOÖPERATIE DELTAMILK B.A.,
gevestigd te Molenlanden,

EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het incidentele cassatieberoep,

hierna in enkelvoud: FrieslandCampina,

advocaten: S.F. Sagel en I.L.N. Timp,

tegen

STICHTING PENSIOENFONDS CAMPINA,
gevestigd te Woerden,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep,

hierna: SPC,

advocaten: B.T.M. van der Wiel en N.T. Dempsey.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak 6766533 / CV EXPL 18-10871 van de rechtbank Rotterdam van 3 mei 2019;

  2. het arrest in de zaak 200.264.906 van het gerechtshof Den Haag van 9 februari 2021.

FrieslandCampina heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. SPC heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor FrieslandCampina mede door E.M.T. Huijzer, en voor SPC mede door S.H.J. de Bruijn.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt in zowel het principale als het incidentele cassatieberoep tot verwerping.

De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de

ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt FrieslandCampina in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SPC begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien FrieslandCampina deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;

in het incidentele beroep:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt SPC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van FrieslandCampina begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien SPC deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 16 september 2022.