Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Uitsluiting in polis voor schade aan gevaarsobjecten bestaand uit of…

Hoge Raad, 23 september 2022

Zaakgegevens

Op 23 september 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 september 2022
Datum publicatie
21 september 2022
Zaaknummer
21/01830
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
L.V van Gardingen, F.E. Vermeulen
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1270
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Uitsluiting in polis voor schade aan gevaarsobjecten bestaand uit of veroorzaakt door instorting of verzakking van gebouwen. Valt schade door scheurvorming en dreigende instabiliteit onder uitsluiting in polis? Sinkhole.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 26 januari 2021

    ECLI:NL:GHDHA:2021:110
  2. Conclusie A-G · 11 maart 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:229
  3. Hoge Raad · 23 september 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1270

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/01830

Datum 23 september 2022

ARREST

In de zaak van

NSI VASTGOED B.V., rechtsopvolgster van NSI Winkels B.V.,
gevestigd te Amsterdam,

EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

hierna: NSI,

advocaat: L.V. van Gardingen,

tegen

CHUBB EUROPEAN GROUP SE, rechtsopvolgster van CHUBB INSURANCE COMPANY OF EUROPE SE,
gevestigd te Courbevoie, Frankrijk,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

hierna: Chubb,

advocaat: F.E. Vermeulen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/10/480168/ HA ZA 15-746 van de rechtbank Rotterdam van 27 juli 2016 en 20 juni 2018 (hersteld bij beslissing van 12 september 2018);

  2. het arrest in de zaak 200.248.765/01 van het gerechtshof Den Haag van 26 januari 2021.

NSI heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Chubb heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor NSI mede door M.E.B. de Gans en voor Chubb mede door F.H. Oosterloo.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.

De advocaat van NSI heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het principale beroep;

- veroordeelt NSI in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Chubb begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien NSI deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 23 september 2022.