Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Koop van appartementen als beleggingsobject. Beroep op non-conformiteit. Klachten van…

Hoge Raad, 7 oktober 2022

Zaakgegevens

Op 7 oktober 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 oktober 2022
Datum publicatie
6 oktober 2022
Zaaknummer
21/03327
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
S.M Kingma, D. Rijpma
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1390
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Koop van appartementen als beleggingsobject. Beroep op non-conformiteit. Klachten van verkoper die samenhangen met beroep op non-conformiteit.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 4 mei 2021

    ECLI:NL:GHDHA:2021:1668
  2. Conclusie A-G · 13 mei 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:443
  3. Hoge Raad · 7 oktober 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1390

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/03327

Datum 7 oktober 2022

ARREST

In de zaak van

[verkoper],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [verkoper],

advocaat: S.M. Kingma,

tegen

[koper],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [koper],

advocaat: D. Rijpma.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C09/419040/ HA ZA 12-597 van de rechtbank Den Haag van 19 december 2012, 2 oktober 2013 en 21 mei 2014;

  2. het arrest in de zaak 200.154.533/02 van het gerechtshof Den Haag van 4 mei 2021.

[verkoper] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[koper] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [verkoper] mede door M.E.A. Möhring.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [verkoper] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [verkoper] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [koper] begroot op € 421,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verkoper] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 7 oktober 2022.