Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Aandelenoverdracht waarbij is bepaald dat achteraf aan de hand van…
Hoge Raad, 11 november 2022
ECLI:NL:HR:2022:1607 · Hoge Raad · 11 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1607
Zaakgegevens
Op 11 november 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 november 2022
- Datum publicatie
- 10 november 2022
- Zaaknummer
- 21/03552
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.H.M van Swaaij, S.M. Kingma
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1607
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Aandelenoverdracht waarbij is bepaald dat achteraf aan de hand van jaarrekening 2005 correctie van koopprijs kan plaatsvinden. Bindend adviseurs constateren dat overeenkomst leemte bevat met betrekking tot vaststelling definitieve koopprijs. Rechts- en motiveringsklachten over wijze waarop hof leemte heeft ingevuld.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 18 mei 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:1406Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 juli 2022
ECLI:NL:PHR:2022:637Hoge Raad · 11 november 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1607
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/03552
Datum 11 november 2022
ARREST
In de zaak van
1. GANDER B.V.,
gevestigd te Wieringerwerf,
2. H.P.P. HOLDING B.V.,
gevestigd te Hippolytushoef,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Gander c.s.,
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
VERHEUL HOLDING B.V.,
gevestigd te Waarland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Verheul,
advocaat: S.M. Kingma.
1 Procesverloop in cassatie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 112866 / HA ZA 09-752 van de rechtbank te Alkmaar van 23 december 2009, 24 februari 2010, 16 juni 2010, 8 juni 2011, 18 januari 2012 en 6 juni 2012 en van de rechtbank Noord-Holland van 2 april 2014;
b. het arrest in de zaak 200.153.740/01 van het gerechtshof Amsterdam van 18 mei 2021.
Gander c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Verheul heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Verheul mede door M.E.A. Möhring.
De conclusie van de advocaat-generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Gander c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Gander c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Verheul begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Gander c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 11 november 2022.