Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Borgtocht. Particuliere borg. Uitleg borgstellingsovereenkomst. Uitleg contra proferentem?…

Hoge Raad, 11 november 2022

Zaakgegevens

Op 11 november 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 november 2022
Datum publicatie
10 november 2022
Zaaknummer
21/04050
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
D.A van der Kooij, F.E. Vermeulen
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1612
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Borgtocht. Particuliere borg. Uitleg borgstellingsovereenkomst. Uitleg contra proferentem? Dwaling? Art. 7:852 BW.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 29 juni 2021

    ECLI:NL:GHAMS:2021:1895
  2. Conclusie A-G · 8 juli 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:686
  3. Hoge Raad · 11 november 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1612

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/04050

Datum 11 november 2022

ARREST

In de zaak van

[De Borg],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [De Borg],

advocaat: D.A. van der Kooij,

tegen

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: ABN AMRO,

advocaat: F.E. Vermeulen.

1 Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/13/641486 / HA ZA 18-38 van de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2018 en 28 november 2018;

b. het arrest in de zaak 200.252.367/01 van het gerechtshof Amsterdam van 29 juni 2021.

[De Borg] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

ABN AMRO heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor ABN AMRO toegelicht door haar advocaat, en mede door B.F.L.M. Schim en A.G. Colenbrander.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
De advocaat van [De Borg] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [De Borg] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 11 november 2022