Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Rechter oordeelt dat hurende vennootschap huurovereenkomst…

Hoge Raad, 11 november 2022

Zaakgegevens

Op 11 november 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 november 2022
Datum publicatie
11 november 2022
Zaaknummer
21/02232
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J. den Hoed
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1645
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Rechter oordeelt dat hurende vennootschap huurovereenkomst ten onrechte heeft ontbonden. Is bestuurder aansprakelijk voor achterstallige huur? Selectieve betaling. Voortzetten activiteiten in andere vennootschap(pen); 'leeghalen'?

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 23 februari 2021

    ECLI:NL:GHARL:2021:1761
  2. Conclusie A-G · 8 juli 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:681
  3. Hoge Raad · 11 november 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1645

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/02232

Datum 11 november 2022

ARREST

In de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: J. den Hoed,

tegen

1. PBS OOSTERWOLDE B.V.,

kantoorhoudende te Oosterwolde,

2. [de holding] B.V.,

kantoorhoudende te [vestigingsplaats],

3. [verweerder 3],

wonende te [woonplaats],

4. PBS FEED B.V.,

kantoorhoudende te Haulerwijk, gemeente Ooststellingwerf,

5. PBS FOOD B.V.,

kantoorhoudende te Heerenveen,

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: PBS c.s.,

advocaten: J.W.H. van Wijk en J.W. de Jong.

1 Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak 153232 / HA ZA 17-30 van de rechtbank Noord-Nederland van 20 juni 2018;

b. het arrest in de zaak 200.244.699/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 februari 2021.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
PBS c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de advocaat-generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van PBS c.s. begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 11 november 2022.