Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verhinderen vochtproblemen in souterrain van woning het normale gebruik van woning door…
Hoge Raad, 25 november 2022
ECLI:NL:HR:2022:1737 · Hoge Raad · 25 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1737
Zaakgegevens
Op 25 november 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 november 2022
- Datum publicatie
- 24 november 2022
- Zaaknummer
- 22/00054
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- K Aantjes, M.B.A. Alkema
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1737
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verhinderen vochtproblemen in souterrain van woning het normale gebruik van woning door koper, en zo ja, is verkoper van woning aansprakelijk voor daardoor geleden schade?
Procesgang
Uitspraak · 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:2908Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 oktober 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:3077Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 september 2022
ECLI:NL:PHR:2022:1015Hoge Raad · 25 november 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1737
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/00054
Datum 25 november 2022
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [de kopers],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [de verkopers],
advocaat: M.B.A. Alkema.
1 Procesverloop in cassatie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/03/220335 / HA ZA 16-255 van de rechtbank Limburg van 29 maart 2017;
b. de arresten in de zaak 200.242.155/02 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 september 2018, 9 juli 2019 en 12 oktober 2021.
[de kopers] hebben tegen het arrest van het hof van 12 oktober 2021 beroep in cassatie ingesteld.
[de verkopers] hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de advocaat-generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [de kopers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de verkopers] begroot op € 928,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 25 november 2022.