Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Gezondheidsrecht. Zorgverzekeringswet. Art. 13 Zvw, hinderpaalcriterium. Generieke…
Hoge Raad, 9 december 2022
ECLI:NL:HR:2022:1792 · Hoge Raad · 9 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1792
Zaakgegevens
Op 9 december 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 december 2022
- Datum publicatie
- 1 december 2022
- Zaaknummer
- 21/02341
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- T van Malssen, J.P. Heering
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1792
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Gezondheidsrecht. Zorgverzekeringswet. Art. 13 Zvw, hinderpaalcriterium. Generieke vergoedingsregeling; uitgangstarief bij bepalen vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg bij naturapolissen; generiek kortingspercentage.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 21 november 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:14001Gerechtshof Den Haag · 30 maart 2021
ECLI:NL:GHDHA:2021:548Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 april 2022
ECLI:NL:PHR:2022:404Hoge Raad · 9 december 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1792
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/02341
Datum 9 december 2022
ARREST
In de zaak van
STICHTING GGZ MOMENTUM,
gevestigd te Veldhoven,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: Momentum,
advocaat: T. van Malssen,
tegen
1. ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Utrecht,
2. FBTO ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Leeuwarden,
3. OZF ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Utrecht,
4. AVERO ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Utrecht,
5. IAK VOLMACHT B.V.,
gevestigd te Utrecht,
6. INTERPOLIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: Zilveren Kruis c.s.,
advocaat: J.P. Heering.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/09/550032 / HA ZA 18/327 van de rechtbank Den Haag van 16 mei 2018 en 21 november 2018;
-
het arrest in de zaak 200.273.086/01 van het gerechtshof Den Haag van 30 maart 2021.
Momentum heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Zilveren Kruis c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Zilveren kruis c.s. mede door C.A. Bosma.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van Momentum heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het principale beroep;
-
veroordeelt Momentum in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Zilveren Kruis c.s. begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 9 december 2022.