Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Bancaire zorgplicht. Overkreditering; weigeringsplicht, art. 51 Wfd (oud)…

Hoge Raad, 2 december 2022

Zaakgegevens

Op 2 december 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 december 2022
Datum publicatie
1 december 2022
Zaaknummer
21/04650
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
P.A Fruytier, F.E. Vermeulen
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1796
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Bancaire zorgplicht. Overkreditering; weigeringsplicht, art. 51 Wfd (oud); weigering toestemming verhuur zonder beperkende voorwaarden.

Procesgang

  1. Rechtbank Amsterdam · 16 mei 2018

    ECLI:NL:RBAMS:2018:4085
  2. Rechtbank Amsterdam · 23 januari 2019

    ECLI:NL:RBAMS:2019:399
  3. Gerechtshof Amsterdam · 10 augustus 2021

    ECLI:NL:GHAMS:2021:2428
  4. Conclusie A-G · 9 september 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:806
  5. Hoge Raad · 2 december 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1796

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/04650

Datum 2 december 2022

ARREST

In de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaat: P.A. Fruytier,

tegen

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: ABN AMRO,

advocaat: F.E. Vermeulen.

1 Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/13/627585 / HA ZA 17-411 van de rechtbank Amsterdam van 16 mei 2018, 23 januari 2019 en 20 februari 2019;

b. het arrest in de zaak 200.261.250/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 augustus 2021.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

ABN AMRO heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiseres] mede door G.J. Standhardt en L.M. van Ringelestijn en voor ABN AMRO mede door J.K.G. Meijer en L.M. Münchow.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 2 december 2022.