Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Klachtprocedure (art. 10:7 Wvggz). Toepassing verplichte zorg in vorm van medicatie…

Hoge Raad, 16 december 2022

Zaakgegevens

Op 16 december 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 december 2022
Datum publicatie
16 december 2022
Zaaknummer
22/03115
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
M.E. Bruning
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1892
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Klachtprocedure (art. 10:7 Wvggz). Toepassing verplichte zorg in vorm van medicatie. Vraag of sprake is van wilsbekwaam verzet.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 november 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:1018
  2. Hoge Raad · 16 december 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1892

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 22/03115

Datum 16 december 2022

BESCHIKKING

In de zaak van

[betrokkene],

wonende te [woonplaats], thans verblijvende te [plaats],

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: betrokkene,

advocaat: M.E. Bruning,

tegen

1. STICHTING [verblijfplaats],

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [de geneesheer-directeur],

kantoorhoudende te [vestigingsplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna tezamen: [verweerders],

niet verschenen.

1 Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar
de beschikking in de zaak C/18/213374 / FA RK 22-1734 van de rechtbank Noord-Nederland van 20 mei 2022.

Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.

De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerders] hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren S.J. Schaafsma, als voorzitter, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 16 december 2022.