Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Zorgmachtiging (art. 6:4 Wvggz). Moet rechter ambtshalve onderzoeken of sprake is…

Hoge Raad, 23 december 2022

Zaakgegevens

Op 23 december 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 december 2022
Datum publicatie
22 december 2022
Zaaknummer
22/03163
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
M.E. Bruning
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1930
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Zorgmachtiging (art. 6:4 Wvggz). Moet rechter ambtshalve onderzoeken of sprake is van wilsbekwaam verzet als ernstig nadeel ook bestaat in gevaar voor algemene veiligheid van personen en goederen (art. 1:1 lid 2 onder d jo. art. 2:1 lid 6 onder b Wvggz)? HR 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:123.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 11 november 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:1057
  2. Hoge Raad · 23 december 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1930

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 22/03163

Datum 23 december 2022

BESCHIKKING

In de zaak van

[betrokkene],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: betrokkene,

advocaat: M.E. Bruning,

tegen

OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de officier van justitie,

niet verschenen.

1 Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar
het vonnis in de zaak C/13/717280 - FA RK 22/2828 van de rechtbank Amsterdam van 24 mei 2022.

Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.

De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de advocaat-generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 23 december 2022.