Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Financieel recht. Door MKB-ondernemers afgesloten renteswaps. Zorgplicht bank.
Hoge Raad, 25 februari 2022
ECLI:NL:HR:2022:297 · Hoge Raad · 25 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-297
Zaakgegevens
Op 25 februari 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 februari 2022
- Datum publicatie
- 24 februari 2022
- Zaaknummer
- 20/02118
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- D. Rijpma
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:297
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Financieel recht. Door MKB-ondernemers afgesloten renteswaps. Zorgplicht bank.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 14 april 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:1309Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 oktober 2021
ECLI:NL:PHR:2021:954Hoge Raad · 25 februari 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:297
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/02118
Datum 25 februari 2022
ARREST
In de zaak van
CLAIM PARTICIPANTS N.V.,
gevestigd te Arkel, gemeente Molenlanden,
EISERES tot cassatie,
hierna: Claim Participants,
advocaat: D. Rijpma,
tegen
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: ABN AMRO,
advocaten: F.E. Vermeulen en B.F.L.M. Schim.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/13/581797 / HA ZA 15-185 van de rechtbank Amsterdam van 22 april 2015 en 31 januari 2018;
-
het arrest in de zaak 200.239.764/01 van het gerechtshof Amsterdam van 14 april 2020.
Claim Participants heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ABN AMRO heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor ABN AMRO mede door N. Minkjan.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Claim Participants heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt Claim Participants in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 25 februari 2022.