Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Rechtspersonenrecht. Kerkrecht. Art. 2:2 BW. Geschil over vraag of rechtspersoon stichting…
Hoge Raad, 25 maart 2022
ECLI:NL:HR:2022:458 · Hoge Raad · 25 maart 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-458
Zaakgegevens
Op 25 maart 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 maart 2022
- Datum publicatie
- 24 maart 2022
- Zaaknummer
- 20/03077
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- W.H van Hemel, A. Knigge
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:458
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Rechtspersonenrecht. Kerkrecht. Art. 2:2 BW. Geschil over vraag of rechtspersoon stichting is naar burgerlijk recht of zelfstandig onderdeel van kerkgenootschap en over benoeming van bestuurders. Klachten over gebruikte maatstaf bij beoordeling of sprake is van zelfstandig onderdeel van kerkgenootschap. Uitleg statuten.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 30 juni 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:1834Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 november 2021
ECLI:NL:PHR:2021:1039Hoge Raad · 25 maart 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:458
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/03077
Datum 25 maart 2022
ARREST
In de zaak van
1. STICHTING HET ROOMSCH CATHOLIJK MAAGDENHUIS,
gevestigd te Amsterdam,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
4. [eiser 4],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: het Maagdenhuis c.s.,
advocaat: W.H. van Hemel,
tegen
BISDOM HAARLEM-AMSTERDAM,
gevestigd te Vogelenzang, gemeente Bloemendaal,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: het Bisdom,
advocaat: A. Knigge.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak C/13/631678 / HA ZA 17-673 van de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2018;
-
de arresten in de zaak 200.246.897/01 van het gerechtshof Amsterdam van 16 juli 2019 en 30 juni 2020.
Het Maagdenhuis c.s. hebben tegen het arrest van het hof van 30 juni 2020 beroep in cassatie ingesteld.
Het Bisdom heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor het Bisdom toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van het Maagdenhuis c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt het Maagdenhuis c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Bisdom begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien het Maagdenhuis c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 25 maart 2022.