Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Executiegeschil over naleving van verplichting tot ontruiming van…

Hoge Raad, 8 april 2022

Zaakgegevens

Op 8 april 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 april 2022
Datum publicatie
6 april 2022
Zaaknummer
20/04270
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
N.C van Steijn, A.H.M. van den Steenhoven
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:521
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Executiegeschil over naleving van verplichting tot ontruiming van bedrijfsruimte op straffe van dwangsom.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 november 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:9253
  2. Conclusie A-G · 12 november 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1064
  3. Hoge Raad · 8 april 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:521

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/04270

Datum 8 april 2022

ARREST

In de zaak van

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [de vrouw],

advocaat: N.C. van Steijn,

tegen

[de man],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [de man],

advocaat: A.H.M. van den Steenhoven.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/18/197634 / KG ZA 20-58 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland van 13 mei 2020;

  2. het arrest in de zaak 200.279.329/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 november 2020.

[de vrouw] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[de man] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [de vrouw] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [de vrouw] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de man] begroot op € 415,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de vrouw] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 8 april 2022.