Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Erfpacht. Algemene voorwaarden. Zijn erfpachtvoorwaarden die erin voorzien dat…

Hoge Raad, 8 april 2022

Zaakgegevens

Op 8 april 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 april 2022
Datum publicatie
7 april 2022
Zaaknummer
20/02853
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
H.J.W Alt, J.F de Groot
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:544
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Erfpacht. Algemene voorwaarden. Zijn erfpachtvoorwaarden die erin voorzien dat grondeigenaar na vijf of tien jaar kan overgaan tot canonherziening, onredelijk bezwarend? Toetsing aan Richtlijn oneerlijke bedingen of aan afd. 6.5.3 BW?

Procesgang

  1. Rechtbank Amsterdam · 20 december 2017

    ECLI:NL:RBAMS:2017:9691
  2. Gerechtshof Amsterdam · 16 juni 2020

    ECLI:NL:GHAMS:2020:1788
  3. Conclusie A-G · 5 november 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1041
  4. Hoge Raad · 8 april 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:544

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/02853

Datum 8 april 2022

ARREST

In de zaak van

STICHTING VASTGOED BEHEER NEDERLAND,
gevestigd te Amsterdam,

EISERES tot cassatie,

hierna: SVBN,

advocaten: J.A.M.A. Sluysmans en N. van Triet,

tegen

1. [verweerster 1a],
wonende te [woonplaats],

2. [verweerder 1b],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweerders 1a en 1b],

advocaat: H.J.W. Alt,

3. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder 2],

advocaat: J.F. de Groot,

4. [verweerder 3a],
wonende te [woonplaats],

5. [verweerster 3b],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweerders 3a en 3b]

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaken C/13/619076 / HA ZA 16-1188, C/13/624097 / HA ZA 17-181, C/13/624378 / HA ZA 17-211 en C/13/629519 / HA ZA 17-548 van de rechtbank Amsterdam van 22 februari 2017, 12 april 2017, 14 juni 2017, 21 juni 2017 en 20 december 2017;

  2. het arrest in de zaak 200.241.032/01 van het gerechtshof Amsterdam van 16 juni 2020.

SVBN heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders 1a en 1b] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

[verweerder 2] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

Tegen [verweerders 3a en 3b] is verstek verleend.

De zaak is voor SVBN, [verweerders 1a en 1b] en [verweerder 2] toegelicht door hun advocaten, en voor [verweerder 2] mede door R.G. Bloemberg.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van SVBN hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt SVBN in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders 1a en 1b] begroot op € 415,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien SVBN deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan, aan de zijde van [verweerder 2] begroot op € 415,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien SVBN deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan, en aan de zijde van [verweerders 3a en 3b] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 8 april 2022.