Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Rechtspersonenrecht. Verbodenverklaring en ontbinding van informele vereniging (motorclub)…
Hoge Raad, 22 april 2022
ECLI:NL:HR:2022:591 · Hoge Raad · 22 april 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-591
Zaakgegevens
Op 22 april 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 april 2022
- Datum publicatie
- 20 april 2022
- Zaaknummer
- 21/01185
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J van Weerden, G.C. Nieuwland
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:591
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Rechtspersonenrecht. Verbodenverklaring en ontbinding van informele vereniging (motorclub) en daaraan verbonden chapters/brotherhoods.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 december 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:10385Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 december 2021
ECLI:NL:PHR:2021:1143Hoge Raad · 22 april 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:591
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/01185
Datum 22 april 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
NO SURRENDER (MOTORCYCLE CLUB),
zonder bekende vestigingsplaats in Nederland,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: No Surrender,
advocaat: J. van Weerden,
tegen
het OPENBAAR MINISTERIE,
zetelend te Rotterdam,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: het OM,
advocaat: G.C. Nieuwland.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de beschikkingen in de zaak C/19/124145 HA RK 18-45 van de rechtbank Noord-Nederland van 7 juni 2019 en 19 september 2019;
-
de beschikking in de zaak 200.265.565/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 december 2020.
No Surrender heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het OM heeft een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt No Surrender in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het OM begroot op nihil aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien No Surrender deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 22 april 2022.