Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Nationaliteitsrecht. Verlies Nederlanderschap; termijn art. 15 lid 1, aanhef en onder b…

Hoge Raad, 22 april 2022

Zaakgegevens

Op 22 april 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 april 2022
Datum publicatie
21 april 2022
Zaaknummer
21/02513
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
G.E.M Later, M.M. van Asperen
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:635
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Nationaliteitsrecht. Verlies Nederlanderschap; termijn art. 15 lid 1, aanhef en onder b, RWN; vlucht naar en detentie in Marokko. Verlies Unieburgerschap; recht op consulaire bijstand; ongelijke behandeling; art. 20 lid 2, onder c, VWEU; art. 21 Handvest EU.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 17 december 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1197
  2. Hoge Raad · 22 april 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:635

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/02513

Datum 22 april 2022

BESCHIKKING

In de zaak van

[verzoeker],
verblijvende te Marokko,

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: verzoeker,

advocaat: G.E.M. Later,

tegen

de STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid,

Immigratie- en Naturalisatiedienst),
zetelende te ’s-Gravenhage,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de Staat,

advocaat: M.M. van Asperen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/09/551397 HA RK 18-199 van de rechtbank Den Haag van 16 maart 2021.

Verzoeker heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van verzoeker heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 22 april 2022.