Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Nationaliteitsrecht. Vervolg op HR 3 april 2020; ECLI:NL:HR:2020:593. HvJEU 12 maart 2019…
Hoge Raad, 22 april 2022
ECLI:NL:HR:2022:637 · Hoge Raad · 22 april 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-637
Zaakgegevens
Op 22 april 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 april 2022
- Datum publicatie
- 21 april 2022
- Zaaknummer
- 21/02501
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- G.E.M Later, M.M. van Asperen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:637
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Nationaliteitsrecht. Vervolg op HR 3 april 2020; ECLI:NL:HR:2020:593. HvJEU 12 maart 2019, zaak C-221/17, ECLI:EU:C:2019:189 (Tjebbes); evenredigheidsbeginsel; verlies Unieburgerschap. Stuiting verliestermijn art. 15 lid 1, aanhef en onder c, RWN; aanvragen Schengenvisum. Recht op gezondheidszorg; art. 35 Handvest EU. Aanwezigheid 'further elements of depencency'; toetsingsmoment.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 december 2021
ECLI:NL:PHR:2021:1196Hoge Raad · 22 april 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:637
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/02501
Datum 22 april 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats], Suriname,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: [verzoekster],
advocaat: G.E.M. Later,
tegen
STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID, IMMIGRATIE- EN NATURALISATIEDIENST),
zetelende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Staat,
advocaat: M.M. van Asperen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar:
-
zijn beschikking tussen partijen in de zaak 19/02010, ECLI:NL:HR:2020:593 van 3 april 2020;
-
de beschikking in de zaak C/09/590920/HARK 20-157 van de rechtbank Den Haag van 16 maart 2021.
[verzoekster] heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 22 april 2022.