Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Klachten over toepassing van zgn. 'Beklamel-norm' bij staking…
Hoge Raad, 28 januari 2022
ECLI:NL:HR:2022:82 · Hoge Raad · 28 januari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-82
Zaakgegevens
Op 28 januari 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 januari 2022
- Datum publicatie
- 27 januari 2022
- Zaaknummer
- 20/02955
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- B.I. Kraaipoel
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:82
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Klachten over toepassing van zgn. 'Beklamel-norm' bij staking hotel door niet-verlening omgevingsvergunning.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 23 juni 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:4803Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 september 2021
ECLI:NL:PHR:2021:819Hoge Raad · 28 januari 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:82
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/02955
Datum 28 januari 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: B.I. Kraaipoel,
tegen
ACTIFOOD B.V.,
gevestigd te Oosterwolde,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Actifood,
advocaten: I.M.A. Lintel en T.T. van Zanten.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/18/159670 / HA ZA 15-201 van de rechtbank Noord-Nederland van 18 november 2015, 22 juni 2016 en 7 november 2018;
-
het arrest in de zaak 200.253.666 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 juni 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Actifood heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Actifood mede door L. van den Reek
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Actifood begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 28 januari 2022.