Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Alimentatiegeschil tussen ex-echtgenoten. Stelplicht en bewijslast ten aanzien van behoefte…
Hoge Raad, 3 juni 2022
ECLI:NL:HR:2022:820 · Hoge Raad · 3 juni 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-820
Zaakgegevens
Op 3 juni 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 juni 2022
- Datum publicatie
- 1 juni 2022
- Zaaknummer
- 21/01181
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- N.C van Steijn, C.G.A. van Stratum
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:820
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Alimentatiegeschil tussen ex-echtgenoten. Stelplicht en bewijslast ten aanzien van behoefte en behoeftigheid. Verzoek tot verwijzing van zaak in hoger beroep naar ander gerechtshof (art. 62b RO en art. 3 Zaaksverdelingsreglement). Nietigheid beschikking rechtbank wegens defungeren rechter (art. 5 lid 2 RO)? Vordering tot inzage in belastingaangiften wederpartij (art. 843a Rv).
Procesgang
Uitspraak · 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:2547Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 december 2021
ECLI:NL:PHR:2021:1255Hoge Raad · 3 juni 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:820
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/01181
Datum 3 juni 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de man,
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: C.G.A. van Stratum.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de beschikking in de zaak C/09/562415 FA RK 18-7914 van de rechtbank Den Haag van 26 september 2019;
-
de beschikkingen in de zaak 200.271.543/01 van het gerechtshof Den Haag van 10 juni 2020 en 16 december 2020.
De man heeft tegen de beschikkingen van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 3 juni 2022.