Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Zorgplicht onderwijsinstelling bij vinden stageplaats…
Hoge Raad, 3 juni 2022
ECLI:NL:HR:2022:821 · Hoge Raad · 3 juni 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-821
Zaakgegevens
Op 3 juni 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 juni 2022
- Datum publicatie
- 1 juni 2022
- Zaaknummer
- 21/01248
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- M.W. Scheltema
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:821
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Zorgplicht onderwijsinstelling bij vinden stageplaats; inspanningsverplichting; tekortkoming; causaal verband, art. 6:98 BW. Ingebrekestelling; blijvende onmogelijkheid, art. 6:74 lid 2 BW. Klachtplicht, art. 6:89 BW; exoneratiebeding; beperkende werking redelijkheid en billijkheid.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 22 december 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:10680Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 januari 2022
ECLI:NL:PHR:2022:161Hoge Raad · 3 juni 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:821
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/01248
Datum 3 juni 2022
ARREST
In de zaak van
STICHTING BEROEPSONDERWIJS EN VOLWASSENENEDUCATIE OOST-GELDERLAND, handelende onder de naam het GRAAFSCHAP COLLEGE,
gevestigd te Doetinchem,
EISERES tot cassatie,
hierna: het Graafschap College,
advocaat: M.W. Scheltema,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/08/226534/HA ZA 18-569 van de rechtbank Overijssel van 30 januari 2019 en 29 januari 2020;
-
de arresten in de zaak 200.278.047 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 augustus 2020 en 22 december 2020.
Het Graafschap College heeft tegen het arrest van het hof van 22 december 2020 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor het Graafschap College toegelicht door haar advocaat, en mede door M.E.A. Möhring.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van het Graafschap College heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt het Graafschap College in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 3 juni 2022.