Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Beslag- en executierecht. Niet afnemen gronden na sluiten koopovereenkomst. Executie…
Hoge Raad, 10 juni 2022
ECLI:NL:HR:2022:855 · Hoge Raad · 10 juni 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-855
Zaakgegevens
Op 10 juni 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 juni 2022
- Datum publicatie
- 8 juni 2022
- Zaaknummer
- 21/00855
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.P van den Berg, R.T. Wiegerink
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:855
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Beslag- en executierecht. Niet afnemen gronden na sluiten koopovereenkomst. Executie. Beslaglegging. Opheffing beslagen? Schadevergoeding? Risicoaansprakelijkheid? Misbruik van recht? Onrechtmatige daad?
Procesgang
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:4120Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:5168Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:9494Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 1 december 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:3686Uitspraak · 2020
ECLI:NL:RBLIM:2020:5475Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 januari 2022
ECLI:NL:PHR:2022:27Hoge Raad · 10 juni 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:855
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/00855
Datum 10 juni 2022
ARREST
In de zaak van
ABC WONEN B.V.,
gevestigd te Wanssum, gemeente Venray,
EISERES tot cassatie,
hierna: ABC,
advocaat: J.P. van den Berg,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: R.T. Wiegerink.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/03/223552 / HA ZA 16-429 van de rechtbank Limburg van 23 november 2016, 5 april 2017 (rolbeslissing), 2 mei 2018 en 6 juni 2018;
-
het arrest in de zaak 200.241.205/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 december 2020.
ABC heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van ABC heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt ABC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 2.177,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien ABC deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 10 juni 2022.