Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Burenrecht. Balkons en ramen in strijd met art. 5:50 BW? Meetmethode. Appartementsrechten.

Hoge Raad, 17 juni 2022

Zaakgegevens

Op 17 juni 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 juni 2022
Datum publicatie
16 juni 2022
Zaaknummer
20/03171
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J van Weerden, J.H. van Gelderen
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:889
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Burenrecht. Balkons en ramen in strijd met art. 5:50 BW? Meetmethode. Appartementsrechten.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 14 maart 2018

    ECLI:NL:RBDHA:2018:3001
  2. Gerechtshof Den Haag · 7 juli 2020

    ECLI:NL:GHDHA:2020:1176

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 28 januari 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:81
  4. Hoge Raad · 17 juni 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:889

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/03171

Datum 17 juni 2022

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: J. van Weerden,

tegen

1. [verweerster 1],
wonende te [woonplaats],

2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweerders],

advocaat: J.H. van Gelderen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/09/516992 / HA ZA 16-1004 van de rechtbank Den Haag van 14 maart 2018;

  2. het arrest in de zaak 200.248.228/01 van het gerechtshof Den Haag van 7 juli 2020.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 415,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 17 juni 2022.