Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Art. 430 Rv. Hypotheekakte als executoriale titel. Bepaaldheidsvereiste. Kan borg die…
Hoge Raad, 24 juni 2022
ECLI:NL:HR:2022:932 · Hoge Raad · 24 juni 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-932
Zaakgegevens
Op 24 juni 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 juni 2022
- Datum publicatie
- 23 juni 2022
- Zaaknummer
- 20/03835
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- R.K van der Brugge, J.W.H. van Wijk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:932
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Art. 430 Rv. Hypotheekakte als executoriale titel. Bepaaldheidsvereiste. Kan borg die restschuld aan hypotheeknemer heeft voldaan en is gesubrogeerd in diens rechten, op grond van hypotheekakte executeren? Art. 6:142 BW.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 29 september 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:2978Uitspraak · 2020
ECLI:NL:RBOBR:2020:2494Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 februari 2022
ECLI:NL:PHR:2022:104Hoge Raad · 24 juni 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:932
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/03835
Datum 24 juni 2022
ARREST
In de zaak van
1. [de man],
wonende te [woonplaats],
2. [de vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: hypotheekgevers,
advocaat: R.K. van der Brugge,
tegen
GEMEENTE HELMOND,
gevestigd te Helmond,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: J.W.H. van Wijk.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak C/01/354195/KG ZA 19-800 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Oost-Brabant van 20 februari 2020;
-
het arrest in de zaak 200.276.106/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 september 2020.
Hypotheekgevers hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de Gemeente toegelicht door haar advocaat, en mede door M.E.A. Möhring.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van hypotheekgevers heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt hypotheekgevers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien hypotheekgevers deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 24 juni 2022.