Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Appartementsrecht. Verbod op kamerverhuur? Uitleg splitsingsakte. Gebruiksbeperking (art…
Hoge Raad, 1 juli 2022
ECLI:NL:HR:2022:980 · Hoge Raad · 1 juli 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-980
Zaakgegevens
Op 1 juli 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 juli 2022
- Datum publicatie
- 30 juni 2022
- Zaaknummer
- 21/00275
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- H.J.W Alt, K. Aantjes
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:980
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Appartementsrecht. Verbod op kamerverhuur? Uitleg splitsingsakte. Gebruiksbeperking (art. 5:112 lid 4 BW). Art. 1 Eerste Protocol EVRM.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 27 oktober 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:8712Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 februari 2022
ECLI:NL:PHR:2022:183Hoge Raad · 1 juli 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:980
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/00275
Datum 1 juli 2022
ARREST
In de zaak van
[de VVE],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: de VVE,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: de eigenaren,
advocaat: K. Aantjes.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/18/186459/HAZA 18/180 van de rechtbank Noord-Nederland van 5 december 2018 en 30 januari 2019;
-
de arresten in de zaak 200.258.510/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2019 en 27 oktober 2020.
De VVE heeft tegen het arrest van het hof van 27 oktober 2020 beroep in cassatie ingesteld.
De eigenaren hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de VVE heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt de VVE in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de eigenaren begroot op € 421,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 1 juli 2022.