Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Passeren aanbod tot leveren van (aanvullend) tegenbewijs in hoger beroep.

Hoge Raad, 6 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 6 oktober 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 oktober 2023
Datum publicatie
5 oktober 2023
Zaaknummer
22/03802
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
H.J.W. Alt.
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1386
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Passeren aanbod tot leveren van (aanvullend) tegenbewijs in hoger beroep.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2020

    ECLI:NL:RBOBR:2020:2746
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 juli 2022

    ECLI:NL:GHSHE:2022:2345
  3. Conclusie A-G · 7 juli 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:657
  4. Hoge Raad · 6 oktober 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1386

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 22/03802

Datum 6 oktober 2023

ARREST

In de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaten: M. Littooij en M.B.A. Alkema,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder],

advocaat: H.J.W. Alt.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/01/326970 / HA ZA 17-716 van de rechtbank Oost-Brabant van 21 februari 2018, 4 juni 2018 en 13 mei 2020;

b. het arrest in de zaak 200.281.847/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 juli 2022.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van [eiser] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 6 oktober 2023.