Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Begroting van vervangende schadevergoeding. Onderbouwing van de betwisting van de hoogte…

Hoge Raad, 1 december 2023

Zaakgegevens

Op 1 december 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 december 2023
Datum publicatie
30 november 2023
Zaaknummer
23/00030
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
B.M.H. Fleuren
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1669
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Begroting van vervangende schadevergoeding. Onderbouwing van de betwisting van de hoogte van de schade. AVG.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 4 oktober 2022

    ECLI:NL:GHDHA:2022:2100
  2. Conclusie A-G · 20 oktober 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:935
  3. Hoge Raad · 1 december 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1669

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 23/00030

Datum 1 december 2023

ARREST

In de zaak van

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaat: B.M.H. Fleuren,

tegen

PME INVESTMENT SERVICES B.V.,

gevestigd te Den Bosch,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: PME,

niet verschenen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/09/558985/HA ZA 18-935 van de rechtbank Den Haag van 28 november 2018, 29 mei 2019, 17 juli 2019, 30 oktober 2019, 15 april 2020 en 27 januari 2021;

b. het arrest in de zaak 200.293.721/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 oktober 2022.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen PME is verstek verleend.

De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van PME begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 1 december 2023.