Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Erfpacht. Algemene voorwaarden. Wijzigingsbedingen in algemene bepalingen voor erfpacht van…
Hoge Raad, 1 december 2023
ECLI:NL:HR:2023:1683 · Hoge Raad · 1 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-1683
Zaakgegevens
Op 1 december 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 december 2023
- Datum publicatie
- 1 december 2023
- Zaaknummer
- 22/03407
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- D Rijpma, T.E. Booms
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1683
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Erfpacht. Algemene voorwaarden. Wijzigingsbedingen in algemene bepalingen voor erfpacht van gemeente.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 28 november 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:14139Gerechtshof Den Haag · 10 december 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:3162Gerechtshof Den Haag · 17 maart 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:505Gerechtshof Den Haag · 14 juni 2022
ECLI:NL:GHDHA:2022:983Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 oktober 2023
ECLI:NL:PHR:2023:941Hoge Raad · 1 december 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1683
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/03407
Datum 1 december 2023
ARREST
In de zaak van
1. BELANGENVERENIGING ERFPACHT ZAANSTAD,
gevestigd te Zaanstad,
2. [eisers 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
4. [eisers 4],
wonende te [woonplaats],
5. [eisers 5],
wonende te [woonplaats],
6. [eisers 6],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: BEZ c.s.,
advocaat: D. Rijpma,
tegen
GEMEENTE ZAANSTAD,
zetelende te Zaandam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep,
hierna: de Gemeente,
advocaat: T.E. Booms.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/15/250163 / HA ZA 16-692 van de rechtbank Noord-Holland van 4 oktober 2017 en de vonnissen in de zaak C/09/540873 / HA ZA 17-1049 van de rechtbank Den Haag van 8 november 2017 en 28 november 2018;
b. de arresten in de zaken 200.255.192/01 en 200.259.904/01 van het gerechtshof Den Haag van 10 december 2019, 17 maart 2020, 17 augustus 2021 en 14 juni 2022.
BEZ c.s. hebben tegen de arresten van het hof van 17 augustus 2021 en 14 juni 2022 beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor BEZ c.s. mede door L.E. de Geer.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt zowel in het principale als het incidentele cassatieberoep tot verwerping.
De advocaat van BEZ c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt BEZ c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BEZ c.s. begroot op € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Gemeente deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 1 december 2023.