Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Opstalaansprakelijkheid. Is gemeente als rioolbeheerder aansprakelijk voor scheurvorming in…
Hoge Raad, 8 december 2023
ECLI:NL:HR:2023:1717 · Hoge Raad · 8 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-1717
Zaakgegevens
Op 8 december 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 december 2023
- Datum publicatie
- 7 december 2023
- Zaaknummer
- 23/00088
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- R.K. van der Brugge
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1717
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Opstalaansprakelijkheid. Is gemeente als rioolbeheerder aansprakelijk voor scheurvorming in en verzakking van woning? Motiveringsklachten tegen oordeel dat causaal verband niet is komen vast te staan.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 oktober 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:8660Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 november 2023
ECLI:NL:PHR:2023:981Hoge Raad · 8 december 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1717
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/00088
Datum 8 december 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: R.K. van der Brugge,
tegen
GEMEENTE BERG EN DAL,
zetelende te Groesbeek, gemeente Berg en Dal,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/05/301936/HA ZA 16-235 van de rechtbank Gelderland van 14 september 2016, 15 februari 2017, 4 oktober 2017, 24 januari 2018, 7 maart 2018, 21 november 2018 en 28 augustus 2019, verbeterd bij herstelvonnis van 12 november 2019;
b. de arresten in de zaak 200.268.788 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juli 2021 en 11 oktober 2022.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 11 oktober 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de Gemeente is verstek verleend.
De zaak is namens [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 8 december 2023.