Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksvermogensrecht. Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (art. 1 lid 4, aanhef…

Hoge Raad, 22 december 2023

Zaakgegevens

Op 22 december 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 december 2023
Datum publicatie
21 december 2023
Zaaknummer
23/00233
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.P Heering, C.G.A. van Stratum
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1802
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksvermogensrecht. Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (art. 1 lid 4, aanhef en onder a). In rechte onherroepelijk vastgestelde verplichting ex-echtgenoot te zorgen voor afstorting door rechtspersoon waarvan hij directeur/grootaandeelhouder is van de commerciële waarde van de pensioenaanspraak van de andere ex-echtgenoot. Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) ex-echtgenoot jegens andere ex-echtgenoot doordat hij niet datgene heeft gedaan wat nodig was om pensioenafstorting te laten plaatsvinden terwijl dat wel had gekund.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 oktober 2022

    ECLI:NL:GHARL:2022:9116
  2. Conclusie A-G · 24 november 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:1061
  3. Hoge Raad · 22 december 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1802

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 23/00233

Datum 22 december 2023

ARREST

In de zaak van

[eiser],

wonende in Italië,

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: J.P. Heering,

tegen

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [verweerster],

advocaat: C.G.A. van Stratum.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/16/489825 / HA ZA 19-103 van de rechtbank Midden-Nederland van 5 februari 2020 en 28 oktober 2020;

b. de arresten in de zaak 200.289.506 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 april 2022 en 25 oktober 2022.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 25 oktober 2022 beroep in cassatie ingesteld.

[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.135,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 22 december 2023.