Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Geschil tussen broer en zus over uitleg testament vader; art. 4:46 lid 1 BW.

Hoge Raad, 24 februari 2023

Zaakgegevens

Op 24 februari 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 februari 2023
Datum publicatie
23 februari 2023
Zaaknummer
22/00805
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
A.C van Schaick, H.J.W. Alt
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:289
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Geschil tussen broer en zus over uitleg testament vader; art. 4:46 lid 1 BW.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 januari 2022

    ECLI:NL:GHARL:2022:534
  2. Conclusie A-G · 18 november 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:1094
  3. Hoge Raad · 24 februari 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:289

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 22/00805

Datum 24 februari 2023

ARREST

In de zaak van

[de zus],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: de zus,

advocaat: A.C. van Schaick,

tegen

[de broer],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de broer,

advocaat: H.J.W. Alt.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak NL18.6836 van de rechtbank Midden-Nederland van 2 november 2018;

b. de arresten in de zaak 200.255.293 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 september 2021 en 25 januari 2022.

De zus heeft tegen het arrest van het hof van 25 januari 2022 beroep in cassatie ingesteld.

De broer heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor de broer toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de zus heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.B. ter Heide, als voorzitter, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 24 februari 2023.