Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Wettelijke handelsrente (art. 6:119a BW). Bestuurdersaansprakelijkheid. In Fins vonnis…
Hoge Raad, 16 juni 2023
ECLI:NL:HR:2023:927 · Hoge Raad · 16 juni 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-927
Zaakgegevens
Op 16 juni 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 juni 2023
- Datum publicatie
- 15 juni 2023
- Zaaknummer
- 22/02904
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.A.J Leeman, B.F.L.M. Schim
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:927
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Wettelijke handelsrente (art. 6:119a BW). Bestuurdersaansprakelijkheid. In Fins vonnis toegewezen schadevergoeding.
Procesgang
Uitspraak · 2019
ECLI:NL:RBNNE:2019:3569Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 3 mei 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:3530Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 31 maart 2023
ECLI:NL:PHR:2023:372Hoge Raad · 16 juni 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:927
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/02904
Datum 16 juni 2023
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiseres 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
4. [eiser 3] in zijn hoedanigheid van enig erfgenaam van [erflaatster],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: [eisers],
advocaat: J.A.J. Leeman,
tegen
KUTTERIKUIVIKE FLT OY,
gevestigd te Suonenjoki, Finland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: FLT,
advocaat: B.F.L.M. Schim.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/17/163545 / HA ZA 18-263 van de rechtbank Noord-Nederland van 1 juli 2020;
b. de arresten in de zaak 200.284.454/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 juni 2021 en 3 mei 2022.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 3 mei 2022 beroep in cassatie ingesteld.
FLT heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor FLT mede door S.J. de Wijs.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van FLT begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, H.M. Wattendorff en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 16 juni 2023.