Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Huur woonruimte. Overlast. Ontbinding huurovereenkomst. Stelplicht en bewijslast.
Hoge Raad, 23 juni 2023
ECLI:NL:HR:2023:951 · Hoge Raad · 23 juni 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-951
Zaakgegevens
Op 23 juni 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 juni 2023
- Datum publicatie
- 22 juni 2023
- Zaaknummer
- 22/01932
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- N.C van Steijn, M.A.J.G. Janssen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:951
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huur woonruimte. Overlast. Ontbinding huurovereenkomst. Stelplicht en bewijslast.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 1 maart 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:1593Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 april 2023
ECLI:NL:PHR:2023:426Hoge Raad · 23 juni 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:951
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/01932
Datum 23 juni 2023
ARREST
In de zaak van
1. [huurder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [huurder 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: [de huurders],
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
STICHTING WOONBORG,
gevestigd te Vries,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Woonborg,
advocaat: M.A.J.G. Janssen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 8652291 CV EXPL 20-5023 van de rechtbank Noord-Nederland van 6 oktober 2020, 25 mei 2021 en 13 juli 2021;
b. het arrest in de zaak 200.298.826/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 maart 2022.
[de huurders] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Woonborg heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de huurders] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de huurders] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Woonborg begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de huurders] niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 23 juni 2023.