Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Elektriciteitswet. Handelt netbeheerder onrechtmatig door weigering van uitbreiding van…
Hoge Raad, 27 januari 2023
ECLI:NL:HR:2023:98 · Hoge Raad · 27 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-98
Zaakgegevens
Op 27 januari 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 januari 2023
- Datum publicatie
- 26 januari 2023
- Zaaknummer
- 21/05381
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- D. Rijpma
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:98
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Elektriciteitswet. Handelt netbeheerder onrechtmatig door weigering van uitbreiding van energieaansluiting? Begrip aansluiting (art. 1 Elektriciteitswet). Begrip technische redenen (art. 27 Elektriciteitswet).
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 28 september 2021
ECLI:NL:GHDHA:2021:1826Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 oktober 2022
ECLI:NL:PHR:2022:971Hoge Raad · 27 januari 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:98
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/05381
Datum 27 januari 2023
ARREST
In de zaak van
O-I NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Schiedam,
EISERES tot cassatie,
hierna: O-I,
advocaat: D. Rijpma,
tegen
STEDIN NETBEHEER B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Stedin,
advocaten: B.T.M. van der Wiel en T. van Tatenhove.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/10/565940 / HA ZA 19-47 van de rechtbank Rotterdam van 20 november 2019;
b. het arrest in de zaak 200.274.210/01 van het gerechtshof Den Haag van 28 september 2021.
O-I heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Stedin heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor O-I mede door M.R. het Lam en voor Stedin mede door J.H.G. Hordijk.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt O-I in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Stedin begroot op € 845,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien O-I deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 27 januari 2023.