Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Overheidsaansprakelijkheid. Geldt een mededeling in een bestuursrechtelijke procedure als…
Hoge Raad, 6 september 2024
ECLI:NL:HR:2024:1136 · Hoge Raad · 6 september 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1136
Zaakgegevens
Op 6 september 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 september 2024
- Datum publicatie
- 5 september 2024
- Zaaknummer
- 23/03201
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.H.M van Swaaij, M.W. Scheltema
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1136
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Overheidsaansprakelijkheid. Geldt een mededeling in een bestuursrechtelijke procedure als een afdwingbare toezegging tot betaling van schadevergoeding?
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 16 mei 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:4136Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 juni 2024
ECLI:NL:PHR:2024:689Hoge Raad · 6 september 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1136
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/03201
Datum 6 september 2024
ARREST
In de zaak van
REDERIJ EUREKA B.V.,
gevestigd te Deventer,
EISERES tot cassatie,
hierna: de rederij,
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
GEMEENTE DEVENTER,
zetelende te Deventer,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: M.W. Scheltema.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/08/263859/HA ZA 21-136 van de rechtbank Overijssel van 26 mei 2021, 8 december 2021 en 16 maart 2022;
b. de arresten in de zaak 200.309.713/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 oktober 2022 en 16 mei 2023.
De rederij heeft tegen het arrest van het hof van 16 mei 2023 beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de Gemeente toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de rederij heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de rederij in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de rederij deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 september 2024.