Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Klachten over toepassing art. 6 lid 3 Fw en aanmerken vordering als…

Hoge Raad, 6 september 2024

Zaakgegevens

Op 6 september 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 september 2024
Datum publicatie
6 september 2024
Zaaknummer
24/00240
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.H.M. van Swaaij
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1142
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Klachten over toepassing art. 6 lid 3 Fw en aanmerken vordering als steunvordering.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 16 januari 2024

    ECLI:NL:GHAMS:2024:589
  2. Conclusie A-G · 21 juni 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:668
  3. Hoge Raad · 6 september 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1142

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/00240

Datum 6 september 2024

ARREST

In de zaak van

[verzoekster] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: [verzoekster],

advocaat: J.H.M. van Swaaij,

tegen

1. [verweerder 1],

wonende te [woonplaats],

2. [verweerder 2],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna: [verweerders],

advocaten: B.I. Kraaipoel en T.E. Booms.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/15/23/276 F van de rechtbank Noord-Holland van 19 december 2023;

b. het arrest in de zaak 200.335.939/01 van het gerechtshof Amsterdam van 16 januari 2024.

[verzoekster] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders] hebben verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 september 2024.