Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Collectieve actie. Niet-ontvankelijkheid. Vorderingen o.g.v. schending van staatssteun- en…
Hoge Raad, 13 september 2024
ECLI:NL:HR:2024:1175 · Hoge Raad · 13 september 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1175
Zaakgegevens
Op 13 september 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 september 2024
- Datum publicatie
- 12 september 2024
- Zaaknummer
- 23/02391
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- N.E. Groeneveld-Tijssens
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1175
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Collectieve actie. Niet-ontvankelijkheid. Vorderingen o.g.v. schending van staatssteun- en aanbestedingsrecht bij totstandkoming Markthal te Rotterdam.
Procesgang
Rechtbank Rotterdam · 12 mei 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:4616Gerechtshof Den Haag · 21 maart 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:655Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 juni 2024
ECLI:NL:PHR:2024:715Hoge Raad · 13 september 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1175
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/02391
Datum 13 september 2024
ARREST
In de zaak van
STICHTING KARMEDIA,
gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Karmedia,
advocaat: N.E. Groeneveld-Tijssens,
tegen
1. GEMEENTE ROTTERDAM,
zetelende te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaten: M.W. Scheltema en J.W. de Jong,
2. MARKTHAL ROTTERDAM B.V.,
gevestigd te Den Haag,
hierna: Markthal,
3. PROVASTGOED NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Den Haag,
hierna: Provastgoed,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaten: J.P. Heering.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/10/561873 / HA ZA 18-1051 van de rechtbank Rotterdam van 3 juli 2019 en 12 mei 2021;
b. de arresten in de zaak 200.302.193/01 van het gerechtshof Den Haag van 7 december 2021 en 21 maart 2023.
Karmedia heeft tegen het arrest van het hof van 21 maart 2023 beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente, Markthal en Provastgoed hebben ieder afzonderlijk een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Karmedia heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Karmedia in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Karmedia deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan, en aan de zijde van Markthal en Provastgoed begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 september 2024.